elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aanvergens

aanvergens , anvargens , anvallings, anvargs , (Noord-Drenthe, Zuidoost-Drenthe). Ook anvallings (Zuidoost-Drents zandgebied), anvargs (Zuidoost-Drents zandgebied), in anvargens wezen lastig vallen, vergen, eisen Ie könt hum dat niet anvargens wezen dat kun je niet van hem verlangen (Sle), Zie wilt mij wel helpen, mor dat wi’k die meensen op dit moment niet anvargens wezen (And), Dat moej mij niet anvargens wezen, ik heb het al drok genog (Bor), Die meinsen bint je nooit wat anvargens, ze redt zich zulf (Bei), Dat wi’k heur niet anvallings wezen (Sti)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal