elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aanvreten

aanvreten , anvreten , sterk werkwoord, overgankelijk , 1. opschieten met vreten As dat peerd ies wat anvrat, konden wie ok wieder (Bov) 2. aanvreten De moezen hadden de zakken anvreten, der zatten almaol gaten in (Sle), De proemen bint anvreten (Eex)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
aanvreten , [aanvreten] , aanvraete , aanvreten, aantasten
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal