elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aanvuller

aanvuller , anvuller , de , anvullers , 1. degene die aanvult 2. rister aan aanaardploeg (Zuidwest-Drenthe, zuid) Maar bij het schoffeltuug gebruukten ze anvullers, die waren der an bevestigd en dan kun ie de eerappels anvullen (Hol)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal