elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aanwijzing

aanwijzing , anwiezing , aanwijzing.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
aanwijzing , anwiezing , anwiezige , anwiezings , Ook anwiezige (Zuidwest-Drenthe) = 1. aanwijzing, tip Ik kreeg daor een aanwiezing van; Jan wil eigelijk dat laand wel verkopen (Gie), Der is wel een goeie anwiezing dat het gebeurd is (Nije), Aj het weten wilt, moej naor Jaan gaon, die kan je wel anwiezing dooun (Eex), ...geven aanwijzingen geven (Dwi), Op anwiezing van die vrouw pakten ze hem op (Eri) 2. het aanwijzen De riekslaandsmèter komp volgende weke anwiezing doen van die scheiding deur het heideveldtien (Flu), As ikke det hakholt wil verkopen, wil ie dan anwiezing van de percelen doen? (Bro), De notaris deed anwiezing legde uit wat voor rechten en plichten men had (Mep) 3. uitleg Zu’n puzzel kan men niks van begriepen, zij muzzen beter anwiezing geven (Eex), De boer gaf zien knecht een anwiezing, hoe die de rogge mus zeien (Pdh), Op anwiezing van de trainer kwam hij in het eerste (Eri), Kuj mij ok een anwiezing doen? een kandidaat noemen (Hgv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
aanwijzing , anwiezing , zelfstandig naamwoord , de 1. het aanwijzen, het uitleggen 2. aanwijzing, korte uitleg 3. signaal, teken dat ergens op wijst
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
aanwijzing , [indicatie] , anwiezing , teken van Hoger Hand (W.-Veluwe).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal