elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aardappelfooi

aardappelfooi , erpelfooi , de , (Zuidwest-Drenthe, zuid) = speciale traktatie nadat de aardappelen waren geoogst Wanneer vrogger de eerpels uut de grond waren, krege wij de eerpelfooi: euliekrappen (Hav)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
aardappelfooi , èèrepelfôoj , zelfstandig naamwoord , Gorisse - Bij het oogsten hielp men elkaar over en weer, wat beloond werd met de èèrpelfooi (aardappeloogst) en de boekent (boekweit dorsen). (Tilburg; Gorisse e.a. Tilburg 2001); Goedgetòld -  extra betaling of feestelijke maaltijd voor boerenknechten en -meiden wanneer de oogst binnen was. • WTT 2013 - Het woord ‘fooi’ betekent oorspronkelijk ‘afscheidsmaal of afscheidsdronk’. Het gaat terug op het Franse ‘voie’, ‘weg’. Dus een feestelijkheid aan het einde van de aardappeloogst, en wel op het moment waarop de betrokken land- dan wel seizoensarbeiders weer ‘weg’ gingen. • Ter Laan - Fooi, in Brabant, Zeeland,Vlaanderen en Antwerpen de naam van een (oogst)feest. (K. Ter Laan, Folklore en volkswijsheden; Utrecht 2005, 3e.)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal