elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: achtendeel

achtendeel , [soort botervat] , achtendél , (onzijdig) , achtendélen , Een botervat, waarin 40 oude ponden gaan. In Vlaanderen is ’t de naam voor ’n graanmaat = 1/10 mud. Zie de Bo. i. v.
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
achtendeel , achel , achtendeel, achelen, aggel, aggelen , (zelfstandig naamwoord onzijdig) , Samengetrokken vorm naast achtendeel. Daarnaast achelen, waarschijnlijk voor achteling. Naam van verschillende maten; thans in onbruik, maar nog aan velen bekend. Daar de achel 1/8 deel is van allerlei maten, is de grootte verschillend. – Als landmaat. || Een stuk land gelegen in de banne van Graft, groot omtrent 18 aglen, een dito groot omtrent 4 aglen, Hs. (Wormer a° 1762), prov. archief. – Als maat voor appelen en peren = 1/8 mud. || Een achelen appelen. Evenzo een achelens mand, een mand inhoudende 1/8 mud. – Verder was achel gebruikelijk als maat voor andere droge waren, b.v. zaad. De grootte wisselt af. – De vorm achtendeel vindt men o.a. nog in Handv. v. Assend. 124 (a° 1557): Halve vaten, vierendelen, achtendelen, half achtendelen, vierlings, halve vierllings, merritgens. – Het woord was ook elders in Holl. gebruikelijk. || (Voor het ijken moet worden betaald:) Van ieder Aggelen den Yck niet hebbende 12 stuivers, den Yck hebbende 6 stuivers, van ieder schepel ... 8 (of) 4 stuivers, van ieder half Aggelen ... 6 (of) 3 stuivers, van ieder half Schepel ... 4 (of) 2 stuivers, van ieder Vierling ... 4 (of) 2 stuivers, van ieder half Vierling ...3 (of) 1 stuiver 8 penn., van ieder merretje, half merretje of kleinder maat ...2 (of) 1 stuiver Keuren van Beverwijk 29, n° 74 (a° 1731). Van een nieuw Schepel f 0-4-0, van ½ Schepel f 0-2-8, van ½ Vierling en alle andere kleyne Maten, yder f 0-1-0, ½ Agling f 0-4-0, ¼ Agling f 0-2-8, Beemster-lands Keuren 21. – Vgl. verder Ned Wdb. op achtel en achteling; Mnl. Wdb. op achtendeel.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
achtendeel , achtendél , (onzijdig) , achtendélen , Een botervat, waarin 40 oude ponden gaan. Een vierendeel hield 80 pond in. Een half achtendeel heette vroeger “kinneken”. In Vlaanderen is het de naam voor een graanmaat = 1/10 mud. (Zie: de Bo i.v.)
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
achtendeel , achendeel , boterton voor 40 pond boter.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
achtendeel , achendeel , botertonnetje van 40 pond.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
achtendeel , achtendieltien , het , achtendielties , (Zuidwest-Drenthe, zuid) = 10 of 20 kilo boter Een achtendieltien botter (Zwd), zie ook achtenliej, achtste II
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
achtendeel , achendeel , (Gunninks woordenlijst van 1908) botervat met de inhoud van 20 kg boter
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
achtendeel , achndeel , veertig pond boter. ’t Waord achendeel is nao ’t oprichn van de botterfebrieken in onbruuk erâk. Ok ’t waord hâlfien (20 pond botter) wordt niet meer eheurd.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
achtendeel , achendeel , 1. een-achtste deel; 2. veertig pond (boter).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal