elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: achterelkaar

achterelkaar , âchtermekaor , âchtermekaores , direct, meteen Dè maok ik âchtermekaor(es) vör ow. Dat maak ik meteen voor jou.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
achterelkaar , aachtermekaare , bijwoord , achterelkaar, meteen. 1. De kiendjes liepe schòòn aachtermekaare. 2. Gòdd’ònderhand es begiene? Nêêj, nie sebiet! Aachtermekaare! Ga je onderhand eens beginnen? Nee, niet aanstonds! Nu meteen!
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
achterelkaar , achtermekaar , bijwoord , achter elkaar Jannegien zeg de taofel van vere achtermenare op (Zdw), Het was een geloop aal achter ’nkander weg, ...vort voortdurend door (Bov), Achtermekaar weg kwamen ze der anzetten bijv. van biggen bij de geboorte (Klv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
achterelkaar , aachtermekaor , meteen , Ge moet nouw aachtermekaor nô de school gôn, anders zul'de nog veul telaot komme. Je moet nu meteen naar de school gaan, anders zal je nog veel te laat komen.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
achterelkaar , aachtermekaore , achterelkaar.
Bron: Luysterburg, J. e.a. (2007), Dialecten in het Zuidkwartier. Hoogerheide, Ossendrecht, Putte, Woensdrecht, Heemkundekring Het Zuidkwartier.
achterelkaar , aachtermekaare , aachterbekaare , bijwoord , ook: aachterbekaare; direct, meteen, op stel en sprong; achter elkaar; Zègt dèttie aachtermekaare komt. - Zeg hem dat hij meteen moet komen .Cees Robben – En doeget mar aachtermekaar dan heddet zôô vurmekaare.. (19691219); Henk van Rijen: wènne kaojen hond; hij bèt aachterbekaare; Frans Verbunt: aachterbekaare, aachtermekaare - meteen, onmiddellijk; Ik staak aachtermekaar menne vinger op. (Lodewijk van den Bredevoort – ps. v. Jo van Tilborg, Kosset den brèùne eigeluk wel trekken? Dl. 1, Tilburg 2006); Reelick, Bosch' woordenboek (1993 & 2002): achtermekaore (Swanenberg: aachtermekare); Jan Naaijkens, Dès Biks (1992): Aachtermekaare, bijw. achter elkaar, meteen; Goedgetòld (2004) – nor bèd zèkkoe, èn aachterbekaaren ôok
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal