elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: achterklep

achterklep , âchterklep , klepbóks.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
achterklep , achterklap , de , (Zuid-Drenthe) = 1. afsluitklep aan achterzijde van varkensbrik of veewagen De koe mut oet de wagen, zij hebt de achterklap van de wagen al deel (Ndo), De achterklappe scheut hum lös en alle keuen de straote op (Zdw) 2. achterklep aan ouderwetse broek (Zuidwest-Drenthe, zuid)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal