elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: achterlangs

achterlangs , achterlangs , bijwoord , achter langs, langs de achterkant Ie gaot maor aachterlanges, dan zet de plietsie oe niet (Dwi), Zeei hebt een waal aachter het hoes, maor der is wel een pad achterlangs (Eex), W. hef der van zien va flink achterlaangs had ervan langs gehad (Wei), Wij gungen aachterlanges naor schooul (Nor), Ie hebt van die lu, die kunt overal achterlaangs kunnen altijd om de problemen heen (Zdw)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
achterlangs , aachterlanges , bijwoord , aan de achterkant langs
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal