elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: achternalopen

achternalopen , achternaolopen , sterk werkwoord, overgankelijk , nalopen Hie lop de wichter achternao (And), De godganze dag kuj hum naolopen zijn spullen achter hem opruimen (Bov)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
achternalopen , aachternaolopen , werkwoord , 1. lopend volgend 2. iemand volgen om te controleren
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
achternalopen , aachternooloewepe , achternalopen
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
achternalopen , âchternôloope , achternalopen, opdringerig achter een jongen/meisje aanzitten , Óns Mien lupt al wa bóks èn hi âchternô. Onze Mien loopt al wie een broek aan heeft achterna. Ze is al te gek op jongens.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal