elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: achteruitgang

achteruitgang , achteroetgang , de , 1. uitgang aan de achterkant, achterdeur De achteruutgaank over de dele giet gauwer (Pes), De achteruutgaank stund op een kiertie (Eli), Op dit stuk laand moe’k een aachteruutgaank hebben (Die) 2. achteruitgang. De achteroetgang van het verienigingsleven (Sle), ...van de booukweitverbouw (Eex), Dat bedrief is in de achteroetgang (Wijs), Der zit achteruutgang in zien ziekte (Wei)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal