elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: achteruitleggen

achteruitleggen , achteroetleggen , sterk werkwoord, overgankelijk , sparen Hie hef wat achteroetlegd veur de kinder (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
achteruitleggen , [sparen] , achteruutleggen , (werkwoord) , sparen. Zie ook: spören.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal