elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: afbollen

afbollen , ofbollen , zwak werkwoord, overgankelijk , (Zuidwest-Drenthe, noord) = afsteken van de bolsterlaag z. ook ofbonken
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
afbollen , afbolle , weggaan.
Bron: Luysterburg, J. e.a. (2007), Dialecten in het Zuidkwartier. Hoogerheide, Ossendrecht, Putte, Woensdrecht, Heemkundekring Het Zuidkwartier.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal