elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: afhogen

afhogen , ofheugen , zwak werkwoord, overgankelijk , (Zuidwest-Drenthe, zuid) = bij het bieden overtroeven Zij hebt hum er weer ofheugd (Noo)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
afhogen , ofheugn , afhogen. (Overbieden bij een veiling). Hie hef dât stuk land in ezet op de veiling veur vieftigduuzend; mâr zien buurman hef ’m der ofeheug. Die stiet noe an met drieduuzend hoger.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal