elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: afkrabben

afkrabben , ofkrabben , zwak werkwoord, (on)overgankelijk , afkrabben Het iezer van de wagen mut of ekrabd worden (Ruw), Het zwien wuur met hiet water ofkrabd bij het slachten (Pdh), Neie eerappels muj niet schellen, maar ofkrabben, dan binnen ze veul lekkerder schrapen (Mep)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
afkrabben , afkrabbe , zwak werkwoord , afkrabbe - krabde(n) aaf - afgebrabd , afkrabben; WBD de geweekte haren van een geslacht varken verwijderen, met een krabber of andere hulpmiddelen;
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal