elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: afredderen

afredderen , ofreddern , zwak werkwoord, overgankelijk , (Zuid-Drenthe, Midden-Drenthe, Veenkoloniën) = 1. afruimen Ik zal eerst de taofel ies ofreddern (Hol) 2. opruimen (Zuidwest-Drenthe, noord) Wij zult eerst de boel wat ofreddern en dan gaore wij vort (Dwi), z. ook ofreppeln
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal