elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: afromen

afromen , [ontdoen van room] , òfrömen , (zwak werkwoord) , afroomen.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
afromen , aafroume , roumde aaf, haet of is aafgeroump , afromen.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
afromen , ofromen , zwak werkwoord, overgankelijk , afromen 1. As varse melk even stiet, trekt het vet hen boven en kuj de melk ofromen (Wsv), Aj de melk ofroomt, hej lekkere koffiemelk (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
afromen , òfromen , afromen
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
afromen , ofroomm , afromen. Wat nao ’t ofroomm van de melk aover blif wordt undermelk enuump.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
afromen , aafroûme , werkwoord , roumtj, roumdje, geroumdj , afromen
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
afromen , aafroume , afromen
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal