elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: afschermen

afschermen , ofscharmen , zwak werkwoord, overgankelijk , Var. als bij scharm = 1. afschermen De zwao mot ofscharmd wezen, aanders mag ie der nich mit over de straote (Ros), In oorlogstied muj het licht van de fietslanteern ofschaarmen (Row), Die plaante mut ie wat ofscharmen tegen de zunne (Ker) 2. een scherm plaatsen Wij moet in het zwienhok een stukkien ofscharmen veur het kalf, aans is het daor te kaold (Sle), Hij wil zien toen ofschaarmen mit plaanken (Eex)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
afschermen , ofscharmen , ofschaarmen , werkwoord , afschermen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
afschermen , [omsluiten, beveiligen] , ofskärmen , (werkwoord) , afschermen.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal