elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: afstrijken

afstrijken , ofstrieken , voor: opsteken, in den zak steken, van woekerwinst; hij wil dʼr wat ofstrieken = hij wil er geld aan zien te verkrijgen, ofschoon hij er geene aanspraak op heeft.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
afstrijken , ofstroike , werkwoord , Afstrijken, in de combinatie de groep ofstroike, de mest verwijderen uit de groep, de gemetselde goot achter de stallen.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
afstrijken , ofstrieken , sterk werkwoord, overgankelijk , 1. glad afwerken De vloer moej even goed ofstrieken (Wee) 2. slaag geven (Zuidoost-Drents veengebied, Veenkoloniën) Ze hebt die ondögt daor even goud ofstreken (Bov), z. ook ofdörschen 3. afvegen Hij streek zien stronthaanden an de broek of (Ruw), De imker strik het zwörm of veegt de zwerm in de korf (Emm), Het schuum van het bier ofstrieken (Mep), Mit een luzefarsdeusie de kouse ofstrieken de kous van de petroleumlamp reinigen (Dwi) 4. geven Al hoe rieke as hie ook is, hij strik gien cent of (Die)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
afstrijken , ofstrieken , werkwoord , 1. van iets strijken, van zich strijken, van kleren, schoeisel strijken 2. in brand doen gaan door langs een bep. oppervlak te strijken 3. vlakstrijken
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
afstrijken , [afstrijken ] , aafstrieke , 1. afstrijken 2. in de steen- en pannenfabrieken: het afstrijken van kleivormen om de overtollige klei van de pannen- en steenvormen te verwijderen 3. de laatste laag verf aanbrengen 4. al het wasgoed strijken
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal