elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aftellen

aftellen , [al tellend afnemen] , aftellen , oftellen  , kijven, afrekenen.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
aftellen , oftellen , (= aftellen). Bij eenige kinderspelen bepaalt men door het opzeggen van een rijmpje, enz. de beurt van spelen; elk krijgt één woord (of één lettergreep); wiens het laatste ten deel valt is ook de laatste naar volgorde. Zoo gaat men voort tot er één overblijft die numero één is. Daarvoor heeft men o.a.: Toavelbretjerond, sikketoarîs asʼn hond, Hond sprong in de zee, ʼt Woater spoelde mee; If, kif, kaf, Doe bist eerst af. – En: Ik zel tellen wel dat ʼt wordt, Ik of doe of Pijter Port (of: Pot), IJn menuten, Tempeltuten, Doe bist eerst of. Zie o.a. ook: ijnemijnemoe, en: toavelbretjerōnd.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
aftellen , aftélle , aftellen Doede gêj dizze kér aftélle ? Wil jij deze keer aftellen? [bij een kinderspel].
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
aftellen , oftelle , werkwoord , Ook: roddelen, belasteren. | Je moete niet zô van ’m oftelle.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
aftellen , aaftëlle , tëlde aaf, haet of is aafgetëlt , aftellen.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
aftellen , oftellen , zwak werkwoord, onovergankelijk , 1. aftellen Boven de vieftig begun je of te tellen (Sle), Oftellen mit wegkroepertie (Zdw) 2. foeteren, kijven (Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, zuid, Midden-Drenthe) Lig toch niet zo of te tellen (Zwig)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
aftellen , oftellen , werkwoord , 1. tellend verminderen 2. door een aftelrijmpje of -liedje aanwijzen 3. een telturf apart leggen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
aftellen , oftelle , werkwoord , tel of, telde of, ofgeteld , aftellen
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
aftellen , aaftélle , aaftèlle , werkwoord , eerste vorm Weerts (stadweerts), Buitenijen (kerkdorpen rondom stadskern); tweede vorm Nederweerts, Ospels; aftellen
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal