elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: albasten

albasten , albastern , van albast of marmer. In ’t Nederlandsch verouderd Zie: albaster.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
albasten , albasten , alberstern, kalesbaster, kalebastern , bijvoeglijk naamwoord , (Zuidoost-Drents zandgebied, Kop van Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid) Ook alberstern (Kop van Drenthe), in albasten knikkers albasten, glazen of lemen knikker Een albastern knikker was van een soort leim, een beetje broenig, wat dikker en soms haost neit heilemaol rond (Rod); kalesbaster (Zuidoost-Drents zandgebied). Ook kalebastern (Zuidoost-Drents zandgebied), in Een kalesbaster knikker een emaille‑achtige knikker, een mooie stuiter (Rol)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal