elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: albegerig

albegerig , albegerig , bijvoeglijk naamwoord , (Zuidoost-Drents veengebied, Veenkoloniën) = begerig naar alles Ze mouten mor nait zo aalbegerig wezen (Twe), Hie is zo albegèrig, maor ienmaol krig e het lid op de neuze (Exl)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal