elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aleens

aleens , alliens , allien, allies, alleens, allees , (Zuid-Drenthe). Ook allien (Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, zuid), allies (Zuidoost-Drenthe), alleens, allees (wb, dva) = 1. eender Zij is alliens heur zuster (Dwi), Die twieling bint net allies (Oos), Die tweiling hef altied allienze kleren an (Bro), Zij denken lange niet alliens (Mep), Die kalver van jo bint aordig allies gelijkmatig (Pdh) 2. eens(gezind) (Zuidoost-Drents zandgebied) Ze waren het niet alliens met mekaar (Sti) 3. onverschillig, om het even Alleens waor (Zuidwest-Drenthe, Zuidoost-Drents zandgebied), Het is mij zuver alliens, oj koomt of niet (Bro), ...welk stok a’k kriege (Die), Hie hef alliens geliek onverschillig hoe, altijd (Exl), Het is mij glad alliens (Noo), Alliens hoe het règent, wij gaot der deur! (Hgv), Allien aj het ok veur mekare maakt, hij döt het toch weer fout (Zdw) 4. in het geheel (niet) Het kan mij alliens niks schelen (Emm)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
aleens , allienzen , alliezen , (Midden-Drenthe, Zuid-Drenthe). Ook alliezen (Coe) = identieke voorwerpen, personen of dieren (...)dat bint twei allienzen (Zdw), Jonggie, det giet niet, het bint ja allienzen! van klompen of laarzen (Bro)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal