elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: alle

alle , alle , in: alle doagen, alle week, alle oogenblik, enz., voor: elken dag, elke week, elk oogenblik; “Rainder drinkt alle oogenblik ’n goie klōk oet zien glas”; de schuddel ligt in alle stukken; op ’t Hoogeland - ien alle brijten, zooveel als: in duizend stukken. Vondel (Lucifer): alle oogenblik.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
alle , alle , onbepaald telwoord , Ook: elke. | Hai komt hier alle weke. Ik gaan in alle geval mee.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
alle , alle , voornaamwoord , ieder, elk. Bè hun is ’t alle daog fist. Bij hen is ’t iedere dag feest. Alle mèèreges got ie òp z’n fietske nò z’n wèèrek. Elke morgen gaat ie op z’n fietsje naar z’n werk. ‘t Is alle jaor ’t zèlfde lieke. ’t Is ieder jaar ’t zelfde liedje.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
alle , alle , bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord , alle, elk Goeiedag met ’n allen(d) samen (Hoh), Gen dag, alle gliek (wb:Rui), Hie möt in alle geval metdoen (Wijs), Daor was alle kans op, dat e mit wol (Smi), Alle pien is vort (Oos), Hie bluus oet alle macht (Bui) Ik heb het op alle maneier probeierd (Bov), Der komp in alle geval iene (Flu), voor telw. Zij bint er alle drei beter van worden (Man) *Alle goeie dingen komt langzaam (Bco), zie ook bij al en als II
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal