elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: allemachtig

allemachtig , allemachies , uitroep. | Allemachies, wat smaakt dat lekker!
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
allemachtig , allemachtig , bijvoeglijk naamwoord en bijwoord , Ook: heel erg, buitengewoon. |’t Smaakt allemachtig lekker. Wat is ’t hier ’n allemachtige grôte troep!
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
allemachtig , almachtig , allemachtig, almachies allermachies, almachtigst , Ook allemachtig. Verder almachies, allermachies (Zuidwest Drenthe, noord, Midden-Drenthe), almachtigst (Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe), alle in bet. 2. en 3. = 1. almachtig God is almachtig (Wei) 2. zeer, in hoge mate Hie kan almachtig mooi vertellen (Zwe), Hie zag der almachtig tegenop (Sle), Wat een allemachtig mooi stuk laand is dat (Oos) 3. uitroep van verbazing of ontzetting Allemachtig, wat een stemme hef die man maar Allemachies, wat houwe lachen (Dwi), Het is allermachtigst mooi (Man)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
allemachtig , allemachtig , allemachtig
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
allemachtig , allemachtig , tussenwerpsel , allemachtig: uitroep van verbazing
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
allemachtig , allemachtig , allemachtigst , bijwoord, bijvoeglijk naamwoord , zeer, enorm, reusachtig
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
allemachtig , allemachies , tussenwerpsel , uitroep van ergernis, verwondering
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
allemachtig , allemachteg , allemachies , tussenwerpsel , allemachtig! (uitroep van verbazing) Bel, allemachteg nog an toe! Wel allemachtig nog aan toe!
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
allemachtig , aldemieter , (tussenwerpsel) , of het zo wezen moest, of de duvel ermee speelde (W.-Veluwe).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
allemachtig , allemendig , allementig, allemeugend , 1. uitroep van verbazing, verwondering, bastaardvloek, ‘allemachtig’; 2. geweldig.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
allemachtig , allemaggies , allemachtig; leg nie zo allemaggies te nipneuke!; zie nipneuke
Bron: Grauw, Sibrand de en Gerard Gast (2014), ABC Dordt. Dordtse woorden en uitdrukkingen, dialect, verhalen en versjes, gedichten en straattypes, Asaprint Uitgeverij, Dordrecht.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal