elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: allendonder

allendonder , allendonder , iedereen.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
allendonder , allendonder , allendonders, allendonderst, allerdonder , Ook allendonders, allendonderst (Zuidoost-Drents zandgebied), allerdonder (Kop van Drenthe, Veenkoloniƫn) = 1. uitroep Alledonders nog an tou, nou het die jong weer ba de krudoorns zeten (Row) 2. in hoge mate Dei jong hef van zien vaor allerdonderst veur de kont had (Vri), Het is allerdonders(t) mooi heuiweer (Sle), Een allerdonderst mooi wicht (Een), Zie bint allendonder op de loop (Sle), Het was deftige boel heur, de vrouwlu waren allendonder heel in het lang (Hijk), zie ook donders
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal