elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: allerallereerst

allerallereerst , allerallereerst , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , allereerst Allereerst muj dat ofmaken (Geb), Dat zee ik nog misschien tegen gien sterveling; tegen oe nog het allereerste, Trui! (bh)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal