elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: allerhande

allerhande , alshands , (alssans) , (bijwoord) , uitdr. Van alderhande soort, van allerlei. || “Wat soort is ’et” “Nou, ’t is alshands.” Ook: op allerlei wijze. || “Bouwen is duur.” “Nou ja, je kenne alsans.”
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
allerhande , alderhânde , allerhande, allerlei.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
allerhande , alderand , alderhand , in de zegswijze da’s ok alder(h)and mit kip, dat is een raar allegaartje. Alder(h)and en nag gien koek, woordspeling in de zin van: het belangrijkste ontbreekt nog, er zijn nog geen resultaten. – ’t Is ’n alder(h)and zootje, maar ’t ken wel deur m’n goôtje, het is een raar allegaartje, maar ik lust het wel, ik kan het wel gebruiken.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
allerhande , allerhanjt , allerhand.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
allerhande , allerhande , allerhaande, allerhaand, allerhand, allerhaander , Ook allerhaande (Zuid-Drenthe, Noord-Drenthe), allerhaand (Midden-Drenthe, Zuidwest-Drenthe), allerhand (Midden-Drenthe, Kop van Drenthe, Zuid-Drenthe), allerhaander (Zuidwest-Drenthe, zuid) = 1. allerhande, van uiteenlopende soort Allerhaander kleuren (Hol), Allerhande rommel lag daor (Anl), Der löp allerhande raar volk bij het pad (Noo), Een hond van allerhand ras straathondenras (Eex), Allerhaande koekies allerlei soorten door elkaar (Wee), (zelfst.) Hij kocht allerhande op (Nam), Dubbeltiese allerhaande spullen van weinig waarde (Smi), Hij hef ook van allerhaande bij de haand (Dwi), Mien vrouw hef een half pond allerhanden haold van de winkel verschillende soorten koekjes (Vri) 2. heel gewoontjes, niet bijzonder Die boer hef nooit gien goeie keunen, altied van det allerhaande goed (Koe), Hetis maor ’n allerhand beisie (Vri), Hie met zien allerhande bienen (Sle), Een allerhande boer een boer die zich teveel met andere dingen bezighoudt, ook een keuterboer (Wap), Een allerhande kerel met een flinke vrouw, die redt het in de wereld, aansum red ij het niet (Sle), Een allerhaand main een meisje dat met ieder aanpapt (Dwij), Allerhande volk niet veel voorstellend (Dwij), Een allerhand stellegien (Rol), Ik heb der nog zo’n allerhande paol liggen (Sle), Het is een vieze gasterd, hij hef altied zukke alderhaande prooties ordinaire, slechte praatjes (Dwij), Wij hebt allerhaande weer te wachten (Zdw), Hie is allerhande antrökken heel gewoontjes (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
allerhande , allerande , diverse soorten koekjes door elkaar
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
allerhande , alderhande , allerlei , Héij hôj van alderhande spulle bè umdé te maoke, mér't hit'tem veul krûim gekost. Hij had allerlei dingen bij om dat te maken, maar het heeft hem veel moeite gekost.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
allerhande , alderhaande , zelfstandig naamwoord , I en var. 1. bep. soort koekjes: allerhande 2. van alles en nog wat
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
allerhande , alderhaande , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord, voornaamwoord , en var. 1. vreemd, vaak: sjofel uitgedost 2. minder van kwaliteit 3.wispelturig, nu weer zus, dan weer zo 4. van verschillende soorten
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
allerhande , alderhande , onbepaald voornaamwoord , allerhande, veelsoortig Ook anderander
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
allerhande , allerhan , allerhande , allerhan VB: Ich heb 'm vaan allerhan dynger wiésgemak
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
allerhande , alderande , allerande , (zelfstandig naamwoord) , bepaalde soort koekjes. Mien oma ad altied een trommel met alderande in de kaste staon.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
allerhande , alderânder , tralderhand , allerlei, allerhande , Hèij hi alderânder boeke. Hij heeft allerlei boeken.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
allerhande , alderhande , bijwoord , allerlei (Eindhoven en Kempenland); allehaande; allerlei (Land van Cuijk); alleraande; allerlei (Tilburg en Midden-Brabant); alterande; allerlei (Den Bosch en Meierij)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
allerhande , alderaand , alderaande, allerhaande , bijvoeglijk naamwoord , allerhande, allerlei; De kraante staon tegesworrig vol mee alderande raodgevinge... (Naarus; ps. v. Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra); Frans Verbunt: allerhaande sorte - goed gesorteerd; Veugeltjes van allerhaande sorte vliege d’r rond. (Jos Naaijkens; ‘Mèn voljèère’; CuBra); We zèèn verwènd meej alderaande kompjoetergestuurde anniemaasies... (Tillie B.: pseudoniem van Nicole van Wagenberg; uit een column van haar website ‘Tilburgs Taolbuuroo’, 2012); WNT ALDER voor ALLER is in de volksspraak gewoon en komt ook bij 17e-eeuwsche schrijvers veelvuldig voor.
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
allerhande , allerhand , van alles
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal