elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: Allerzielen

Allerzielen  , Allerziële , Allerzielen.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
Allerzielen , Alderzeele , Allerzielen, feestdag in de rooms-katholieke kerk ter herdenking van de overledenen op 2 november, zie Alderhëlge.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
Allerzielen , Allerzielen , de , Allerzielen, 2 nov. Mit Allerzielen zaten ie eerder de halve dag in de karke (Bov)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
Allerzielen , Allerzeêle , Allerzieële , eigennaam , tweede vorm Nederweerts; Allerzielen
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
allerzielen , alderziele , zelfstandig naamwoord, meervoud , Allerzielen, 2 november in r.-k. kerk; met epenthetische d (na l)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal