elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: alsmaar

alsmaar , allemaar , bijwoord , Alsmaar, steeds. | Loup toch niet allemaar voor m’n biene!
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
alsmaar , aalmor , aalsmor, alsmor, alemor , Ook aalsmor (Kop van Drenthe, Veenkoloniën, Zuidoost-Drents zandgebied), alsmor, alemor (Zuidwest-Drenthe, Midden-Drenthe, Kop van Drenthe), alemor (Zuidoost-Drents zandgebied) = alsmaar In gedachten wuur hie almar rieker (Schn), Die klokke tikt alsmar an (Noo), zie ook aal II
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
alsmaar , almar , alsmar , bijwoord , alsmaar
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
alsmaar , alsmaer , (bijwoord) , alsmaar.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
alsmaar , alsmèr , ammèr , bijwoord , steeds
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal