elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: amicaal

amicaal , ammekaal , ammekaalder, ammekaalste , amicaal.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
amicaal , amicaal , amicaol , (Zuid-Drenthe, Midden-Drenthe). Ook amicaol (Noord-Drenthe) = amicaal Ze gaot nogal amicaal met mekaar um, dat giet nooit goed (Odo)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
amicaal , ammiekaol , bijwoord , amicaal; vriendelijk; uit Franse ‘amical’; Cees Robben – Den schèèrpen geur van broeder kuus/ die vond ik amiekaol. (19701016)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal