elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: Amsterdams

Amsterdams , Amsterdams , in: op zien Amsterdams! zooveel als: bij ’t kruisjassen eene tien voorspelen.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
Amsterdams , Amsterdams , bijvoeglijk naamwoord , Amsterdams Ie hadden een maotstok veur törf, 2.20 m veur Grönniger wark, 2.50 m veur Amsterdams wark (Bov), zie ook stok
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal