elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: antapel

antapel , antapel , antapelig , (Zuidwest-Drenthe, zuid). Ook antapelig = rumoerig, wild Die kiender bint zoe antapelig, wij zult wel slecht weer kriegen (Bro), zie ook mantapelig, hantam, wantapel
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal