elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: apostel

apostel , apostel , de , apostels, aposteln , 1. apostel 2. persoon (Zuidwest-Drenthe, zuid) Mar der waren apostels onder, die het nooit leerden figuren (po) 2. zoetwatervis, pos (Zuidoost-Drents veengebied) Die schele apostel zit vol graot (Eri)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal