elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: appa

appa , appa , bijvoeglijk naamwoord , (Zuidwest-Drenthe) = op, weg, verdwenen, gezegd tegen een klein kind Appa, poppien is appa gezegd als men een pop achter z’n rug heeft verstopt (Noo), Nou is de balle appa! (Bro), Het kleine kind kan al appa zeggen as hij het bordtien leeg hef (Ker)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal