elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: arbeiden

arbeiden , [werken] , aarbeien , arbeiden. Gron. arbaiden.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
arbeiden , arbaiden , (= arbeiden), meestal voor: dagloonerswerk verrichten. Middel-Nederlandsch arbeiden, aerbeiden, enz. = arbeiden, werken in bijzondere toepassing, veldarbeid verrichten. (Verdam.) Spreekwoord: Arbaiden is veur de dōmmen, dat men spottend luiaards en bedelaars in den mond legt. Zegswijs: men ken nijt meer as arbaiden, zooveel als: wij hebben hard gewerkt, dat wij niet gedaan hebben gekregen is onze schuld niet; arbaiden? doar ’s gijn reuk of smoak an, zegt de onwillige werkman; ook Friesch.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
arbeiden , arbeiden , aarbeiden, arbaiden , Ook aarbeiden (Zuidwest Drenthe, noord, Noord-Drenthe), arbaiden (Veenkoloniën, Kop van Drenthe, Zuidoost-Drents veengebied) = 1. werken Wie mossen dei dag stief aarbeiden (Eco), In het drokst van de tied arbeidden ze tot duustern (Bor), Wij mussen vroeger arbeiden tot wij der bij neervullen (Geb) 2. het begin van het baren of werpen, persen (Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, Midden-Drenthe) ...dan perst ze um de vrucht er uut te kriegen en dat nuumt ze wel arbeiden (Ruw), De kou aarbaaidde nog op het voel (Row)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
arbeiden , arbeiden , arrebeiden , werkwoord , arbeiden
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
arbeiden , èrbèje , arbèje , zwak werkwoord , èrbèje - èrbèjde - geèrbèd; arbèje - arbèjde - gearbèjd , arbeiden, ook 'arbèje'; WBD de koej èrbèt - maakt uitdrijvende bewegingen bij het kalven; ook genoemd: de koej 'arbèjt', 'wèrkt', 'pèrst'; arbèje; arbeiden; WBD de koej arbèjt - maakt uitdrijvende bewegingen bij het kalven; ook genoemd: de koej 'èrbèt', 'wèrkt', 'pèrst'; WBD III.1.4:344 'arbeiden' ? werken; WBD III.5.1:212 'arbeiden' = werken
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal