elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: armenbuidel

armenbuidel , armbuul , buul , fig. voor: armbestuur; echte ingezeten koomt hier haost nooit aan de armbuul = echte ingezetenen vragen hier bijna nooit onderstand van de diaconie.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
armenbuidel , armbuul , armenbuul , Ook armenbuul (Zuidoost-Drents veengebied, Midden-Drenthe, Veenkoloniën, Zuidwest Drenthe, noord), veroud= 1. collectezak voor de armen Weej nog wal oeze eerste zundag in de kerk doe Derk de bedoeling van het rondgaon met de armbuul niet begreep en der wat oet nam inplaos van der wat in te doen (de), Vrogger zat er een bellegien onder an het aarmbuultien, nou neet meer (Die) 2. bedeling, armenfonds (N:tl, wb, Veenkoloniën) An de armbuul komen (N:tl), Ze leeft van de armbuul (Git)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
armenbuidel , [collectezak] , ärmenbule , (zelfstandig naamwoord) , collectezak (van de kerk). Zie ook: kärkebule.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal