elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: askolk

askolk , askenkolk , askenkolling, assekolk , (Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe). Ook askenkolling, assekolk (Zuidoost-Drents zandgebied), assekolk (Zuidwest-Drenthe) = 1. askuil onder de haardstee De assekolke zat onder het vuur en wörde van binnen schone mèuken (Dwi), De assenkolke mus elke morgen lèeg emaakt worden (Ruw), zie ook rageldob 2. gat bij het huis waarin de as is opgeslagen (zw)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
askolk , askekolk , zelfstandig naamwoord , de; askolk
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal