elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: Ate

ate , oaie , oai , in de kindertaal = vader; zie: pappe
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
ate , oate , vader; zie: tatte.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
ate , ate , (zelfstandig naamwoord mannelijk) , Vader. Alleen nog te Krommeniedijk en Krommenie, doch bijna verouderd. In de Wijde-Wormer kent men nog de uitdr. aat en mem, vader en moeder, naast het zeer gebruikelijke taat en mem. || Is ate thuis? Ate, der is er een om je te spreken. – In het begin der 17de e. komt Ate ook als geslachtsnaam voor en daarnaast Aten, gelijk dit geslacht thans nog heet. – Het woord is in vele Germ. talen bekend in de zin van vader (zie o.a. GRIMM, 595; KOOIMAN I, 70). Onzeker is of ook Ofri. at(h)a, Mnl. (Drents) ette, schepen (RICHTHOFEN 613; Mnl. Wdb. II, 743) verwant is.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
Ate , Ate , persoonsnaam , (Zuidwest-Drenthe, zuid), in Olde Ate zet nog een schone musse op gezegd wanneer tegen de avond de zon alsnog doorbreekt (Hav)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal