elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: attaque

attaque , aantak , mannelijk , aantakke , aantèkske , (Frans) attaque, beroerte.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
attaque , takke , atak , de , takkes, takken , (Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, Kop van Drenthe). Ook atak (Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, zuid) = attaque, beroerte Een atak van een bereurte (Hgv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
attaque , attak , zelfstandig naamwoord , de; beroerte
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
attaque , attak , beroerte, hersenbloeding, “un attak krèège”.
Bron: Luysterburg, J. e.a. (2007), Dialecten in het Zuidkwartier. Hoogerheide, Ossendrecht, Putte, Woensdrecht, Heemkundekring Het Zuidkwartier.
attaque , attak , zelfstandig naamwoord , attaque; hartaanval; uit het Frans; Cees Robben – En as’t nie meevalt/ Hedde gij unne attak... (19731231); WBD III.1.2:277 - attaque = beroerte
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal