elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: avondprater

avondprater , oavendproater , voor: dikke kool in de stoof, kool die lang strekt, die lang in de praat houdt.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
avondprater , aovendproter , de , 1. manspersoon, die ’s avonds op visite komt Wie kriegt vanaovend aovendproters (Bov), Geert komp geregeld, hij is oze aovendpraoter (Hijk), Dat is een mooie aovendpraoter leuke (Dwi), ook iemand die ’s avonds op visite is en daarbij lang blijft plakken (Eex) 2. pijp met grote kop, meegenomen omdat men de tabak niet zelf betaalt (wb)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
avondprater , aovendpraoter , zelfstandig naamwoord , de 1. iemand die op avondvisite komt, die komt avondpraten 2. dik stuk hout in de kachel 3. hoop uitwerpselen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal