elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: babbelguichjes

babbelguichjes , babbelegoegies , babbelgorgird, babbelguugies, babbelguutkes, babbe , Ook babbelgorgird, babbelguugies (langs Hondsrug, Veenkoloniën), babbelguutkes (Zuidoost-Drents veengebied),babbelboesies (Kop van Drenthe), babbelgoesies (Noord-Drenthe), babbelguusies (Zuidoost-Drents zandgebied) = 1. malligheden, fratsen Mit het olde jaor wördt er nog wel ies babbelgoegies uut ehaald (Dwij) 2. praatjes Hij was aordig ziek, hij had niet veule babbelegoegies (Vle), Babbelegoegies van oe, aans niks (Rui)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal