elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bagagedrager

bagagedrager , bagagedrager , begaziedrager , Ook begaziedrager (Zuidoost-Drents zandgebied) = bagagedrager, zook pakkiesdrager
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
bagagedrager , begagedreger , zelfstandig naamwoord , en var. de; bagagedrager
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
bagagedrager , begozziedraoger , bagagedrager, b.v. van een fiets
Bron: Luysterburg, J. e.a. (2007), Dialecten in het Zuidkwartier. Hoogerheide, Ossendrecht, Putte, Woensdrecht, Heemkundekring Het Zuidkwartier.
bagagedrager , begòzziedraoger , zelfstandig naamwoord , bagagedrager (van fiets o.d.) ook 'pakkendrager'; Stadsnieuws: Sprinkt mar op mènne begòzziedraoger, dan brèng ik oe wèl èfkes tèùs (160507)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal