elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: baggelploeg

baggelploeg , baggelploeg , de , (veend.) = baggerploeg Een baggelploug was 7 man: de machinist, eerste en tweide modderman en veier spitters of: eerste modderman en vief spitters of: 4 vaste spitters en tweide modderman (Bco), zie ook baggeljongs
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal