elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bajes

bajes , bais , voor: toren (Winschoten), voor: gevangenis. Daar de toren aldaar tot 1848 als gevangenhok dienst deed om voor eene cellulaire gevangenis plaats te maken, zei men: hij komt in de bais (= hij komt in toren of: in ’t hondegat) = hij moet gevangenisstraf ondergaan. Amsterdamsch; in de dieventaal: baies = gevangenis.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
bajes , baais , bajith , huis
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Winschoter bargoens, in: Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank
bajes , baajes , vrouwelijk , baajesse , baajeske , gevangenis: bargoens.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
bajes , bajes , de , gevangenis Hie möt 14 dagen in de bajes (Oos)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
bajes , bajes , gevangenis (Hebr.: baït, beth: huis)
Bron: Oudenaarden, Jan (2015), Wat zeggie? Azzie val dan leggie! Aspecten van het dialect van Rotterdam, Rotterdam.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal