elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bakenter

bakenter , bakenter , de , (Midden-Drenthe, Zuidoost-Drenthe) = 1. persoon, die doldriest (Dro), ruig (Gas), onverschillig (Oos) is Een bakenter is een roege kerel, hoofdzaokelijk in zien proot, maor ok in zien oeterlijk. Wild bos haor, pet scheef op, grelle ogen en en beetie onbeschoft (Gas) 2. paard, dat slaat (Bor) 3. zwendelaar, drinker (be: Bor)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal