elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: balatum

balatum , balatum , het , balatum Zie hadden deur het hiele hoes balatum liggen (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
balatum , belatem , zelfstandig naamwoord , balatum , belatem Vb. belatem es vloerbedêkking zaogs te vreuger hiel vëul.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
balatum , balatum , vloerzeil, soort (goedkoper) linoleum.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
balatum , belatem , balatum (afgeleid van een rubbersoort: balata)
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal