elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: balbuisje

balbuisje , balbuisie , ballebuisie, bolbuisie, bollebuisie, bollebuusie , balbuisies , (Zuidwest-Drenthe, Midden-Drenthe). Ook ballebuisie (Zuidwest-Drenthe), bolbuisie (Midden-Drenthe), bollebuisie (Zuidwest-Drenthe, zuid), bollebuusie (Zuidwest-Drenthe, zuid) = 1. poffertje Veur ballebuisies bakken moej een panne hebben mit koelegies in de bodem (Die) 2. soort oliebol, gebakken op oudejaarsavond (Zuidwest-Drenthe, zuid), (fig.) Die bint zo dikke mit menare, ʼt bint net ballebuisies gezegd van twee vriendinnen (Zdw) 3. allerhande soort eten (Midden-Drenthe) As kinder oet schooul kwammen en zie vreugen, wat veur eten of ze kregen, was het antwoord vaok: ‘Kom mor an, balbuisies’ (Eex)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal