elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: balker

balker , balkerd , de , balkerds , (Zuidwest-Drenthe, noord, Midden-Drenthe) = schreeuwerd As een jong hard zung, dan zeden ze wal: wat een balkerd (Zwig)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
balker , balkerd , balker, bulkerd , zelfstandig naamwoord , de 1. iemand die veel en hard schreeuwt of huilt 2. iemand die erg luid zingt 3. hard loeiende koe
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal