elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: balkhaas

balkhaas , [kat] , balke-haze , een kat. [Jachtterm].
Bron: Halbertsma, J.H. (1835), ‘Woordenboekje van het Overijselsch’, in: Overijsselsche Almanak voor Oudheid en Letteren 1836, Deventer: J. de Lange.
balkhaas , [kat] , balkenhaose , spottenderwijs voor: kat. Gron. balkhoas, Overijs. balkenhaze, Oostfr. balkhâse. (Niet aldus omdat zij op de balken van het huis rondspringt, maar zich, vooral in boerderijen, op den zolder ophouden.)
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
balkhaas , balkhoas , voor: kat, omdat zij gaarne op den zolder haar verblijf houdt. Drentsch balkenhaose, Overijselsch balkhêske, Westfaalsch, Oostfriesch balkhâse. Vgl. balkeduuster.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
balkhaas , [kat] , balkhaze , Schertsend voor Katte. Ook Gron.
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
balkhaas , balkhoas* , vgl. beunhoas *, ook de aanteekening.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
balkhaas , [kat] , balkhaze , Schertsend voor Katte. Ook Gron.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
balkhaas , balkenhaazen , mannelijk , dakhaas, kat
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
balkhaas , ballekhaos , m/v , kat, poes.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
balkhaas , [kat] , balkhäze , kat.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
balkhaas , balkenhaze , balkhaze , Ook balkhaze = 1. spotnaam voor een kat De balkenhaze zit boven op het huus (Klv) 2. meisje, dat met iedereen naar bed gaat. Dit gebeurde dan op de balken in het hooi (Zdw) 3. bouwvakker zonder hoogtevrees (Pes), zie ook dakhaze, beunhaze
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
balkhaas , balkhaeze , balkhaas, kat (spottend).
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
balkhaas , balkhaos , kat , Van balkhaos hur'de nie zóveul és van dakhaos, mér de betiikenes is't zélfde. Van balkhaas hoor je niet zoveel als van dakhaas, maar de betekenis is hetzelfde.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
balkhaas , balkhaeze , zelfstandig naamwoord , de; (schertsend) kat
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
balkhaas , [kat] , balkhaos , balkhaze , kat.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal